Blog

Keep up to date with the latest news

Over opwaaiend stof en echte stofstormen

stofstorm zandstorm

Soms doet het nieuws ”een hoop stof opwaaien”. Denk aan de uitlatingen van Johan Derksen of aan het me too akkefietje bij D66 dat uit een stoffige la is opgedoken, of aan de consternatie omtrent de oude Nokia van Mark Rutte. Stof genoeg. Maar eerlijk gezegd zijn dat slechts stormen in een glas water en niet meer dan stof voor vette koppen in sensatiekranten.

Het echte stof waait tegenwoordig vooral op vanuit de Sahara. Dat is niets nieuws, maar wel dat het dit jaar al voor de derde keer gebeurt. Geen vette koppen in de krant. Het is hoogstens een beetje vervelend voor mannen die graag pronken met een glanzend zwarte auto. Maar vergis u niet.

Vraag Offerte aan

De oorzaak voor het Saharastof is de extreme droogte in dat gebied in combinatie met een straffe wind en voortschrijdende ontbossing. De oppervlakte woestijn breidt zich uit en er heerst de ergste hongersnood sinds 1983. De oorzaak daarvan is weer de klimaatverandering. Maar wacht even. Dat is te gemakkelijk gezegd. De oorzaak/gevolg relatie kan ook wel eens andersom zijn. Dus dat juist de stofstormen klimaatverandering veroorzaken en daarmee komen we in een merkwaardige vicieuze cirkel van oorzaak en gevolg.

Op korte termijn heeft het stof op zo’n 2 km hoogte invloed op de instraling van zonlicht en op de straalstromen. Op lange termijn zijn de gevolgen echter veel groter. Klimaatwetenschappers denken zelfs dat de bekende afwisseling van warme en koude periodes gedurende de zogenaamde ijstijden er mede door zijn veroorzaakt.

Dat weten we op grond van onderzoek aan eeuwenoud ijs in boorkernen van het ijs op Groenland.

stofstorm

De onderste lagen van dat ijs zijn al 450.000 jaar geleden gevormd uit sneeuw en elk jaar is daar weer een nieuw laagje sneeuw op afgezet. De dikte van de ijslaag is gegroeid tot 2 à 3 kilometer. Op Antarctica kunnen we zelfs ijs van meer dan één miljoen jaar oud vinden. De samengeperste sneeuw bevat kleine luchtbelletjes en in die belletjes kan men de hoeveelheid stof vaststellen en ook de verhouding tussen de zuurstof isotopen O16 en O18. Bij hogere temperaturen van de oceanen verdampt er relatief meer van het zwaardere isotoop O18 zodat er in de sneeuw ook meer O18 zit .

In de grafiek valt op dat de temperatuurstijgingen relatief snel verliepen. Dat wil zeggen dat de oceanen aan het oppervlak 10 graden warmer werden in een periode van ongeveer vijfduizend jaar. Deze relatief snelle opwarming wijst er op dat er een zogenaamde kanteling optrad. Kanteling van het klimaat dreigt er nu weer te ontstaan, maar het huidige tempo is met 3 graden in 100 jaar wel veel sneller. Toen waren er echter geen mensen die fossiele energie opstookten en bossen kapten en de vraag is dan ook waardoor ontstonden die kantelingen toen dan wel?

In een serie van zeven delen op Duurzaamnieuws worden een tiental theorieën besproken. Een van de interessantste theorieën is die over stofstormen. Dat lijkt in eerste instantie vreemd omdat de snelle opwarming toen steeds begon tijdens een koude dieptepunt waarbij de gemiddelde temperatuur op aarde 7 graden lager was dan nu. De concentratie CO2 in de atmosfeer was toen ca 200 ppm terwijl de huidige stofstormen juist ontstaan door grote droogte bij hogere temperatuur en CO2 concentratie (420 ppm).

Toch is het goed denkbaar dat er ook tijdens zo’n koude dieptepunt minder plantengroei mogelijk is waardoor woestijnvorming optreedt. Indien tijdens een koude periode de uitgebreide vlaktes in Siberië zonder bomen en struiken zijn gaan verstuiven zou het stof op de Arctische ijskap terecht kunnen zijn gekomen. Het ijs- en sneeuwoppervlak werd daardoor vies bruin en reflecteerde minder zonlicht, (Het Albedo effect werd minder) waardoor er meer sneeuw en ijs smolt dan er met verse sneeuw aangroeide. Dit ontketende vervolgens een stroomversnelling van de opwarming.

Samen met roet uit uitlaatgassen en bosbranden zorgt het stof er ook nu voor dat het ijs niet meer hagelwit is en daardoor meer zonlicht absorbeert en sneller smelt. Het effect wordt dan ook nog eens versterkt door aangroei van algen.  Hoewel de huidige stofstormen dus een heel andere oorzaak hebben, kunnen ze ook nu een extra bijdrage leveren aan de klimaatkanteling die nu gaande is.

Han Blok

Bron: Duurzaam Nieuws