Blog

Keep up to date with the latest news

Strijdkrachten zijn ongeziene bom onder het klimaat

Lockheed F22

Strijdkrachten, leger of defensie, hoe je militaire organisaties ook noemt, ze vormen een bom onder de klimaatverandering. Militaire emissies zijn giga, maar ontbreken in elk klimaatprotocol. 

In 1997 creëerde het Kyoto-protocol – ’s werelds eerste juridisch bindende, internationale klimaatverdrag – een maas in de rapportage voor militairen. Veel van de broeikasgassen die tijdens militaire operaties worden uitgestoten, werden vrijgesteld van het meetellen van de emissietotalen van een land. Hoewel de akkoorden van Parijs van 2015 deze vrijstelling afschaften, zijn ze niet vervangen door een verplichting. In plaats daarvan werd de beslissing over het al dan niet rapporteren van militaire emissies – en hoe deze te berekenen – overgelaten aan individuele landen. Inside Climate News schreef een verslag over de bevindingen van een Amerikaanse professor in politieke wetenschappen van de Universiteit van Boston, Neta Crawford.

Alleen al de legers van  de Verenigde Staten stoten meer uit dan de totale uitstoot van veel geïndustrialiseerde landen. De Verenigde Staten – en andere landen – hebben gezegd dat ze zich inzetten voor het verminderen van de militaire uitstoot. Duurzaamnieuws schreef in de zomer van 2021 dat de NAVO haar Actieplan inzake klimaatverandering en veiligheid had uitgebracht. Daarin wordt erkend dat betere emissiegegevens zouden helpen bij het sturen van de militaire planning van de lidstaten. Maar er is geen consistente methodologie en rapportagevereiste voor deze emissies. Terwijl de Verenigde Staten en andere landen streven naar een netto-nuluitstoot tegen 2050 is het gebrek aan duidelijke gegevens van het Amerikaanse ministerie van Defensie – ’s werelds grootste werkgever – en andere militaire organisaties een groot struikelblok.

Saillant detail is dat toenmalig senator John Kerry, nu de speciale presidentiële gezant van de VS voor klimaat een actieve rol speelde in het uitsluiten van militaire emissies in klimaatrapportages.

Militaire emissies nog steeds niet duidelijk

Bijna 20 jaar na Kyoto maakte het klimaatakkoord van Parijs een einde aan de automatische vrijstelling voor militaire emissies. Maar nu wordt de keuze om die emissies wel of niet te rapporteren overgelaten aan individuele regeringen. Als gevolg hiervan is het volledige beeld van de militaire emissies, uit de Verenigde Staten en andere landen, nog steeds onduidelijk.

De Verenigde Staten rapporteren militaire emissies aan de Verenigde Naties, althans, wat ze kwijt willen. Het Intergouvernementeel Panel van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering zegt dat militaire emissies, indien gerapporteerd, moeten worden opgenomen in een categorie die is gemarkeerd als “niet-gespecificeerd”. Diezelfde categorie omvat ook zaken als civiele afvalverbranding, dus het is in wezen onmogelijk om te ontleden welke specifieke emissies afkomstig zijn van militaire bronnen. En bepaalde belangrijke militaire emissiebronnen, zoals brandstof tijdens multilaterale operaties, worden in de rapportage van de Verenigde Staten vermeld als ‘elders opgenomen’, hoewel het onduidelijk is waar. Andere categorieën van militair brandstofverbruik worden helemaal niet gerapporteerd.

Crawfords zoektocht naar een duidelijke statistiek over militaire emissies leidde haar naar een nieuwe onderzoeksfocus: proberen uit te puzzelen hoeveel brandstof het Amerikaanse leger verbruikt en dus hoeveel koolstof het uitstoot. Met behulp van gegevens van het Department of Energy ontdekte Crawford dat het Amerikaanse leger een grote vervuiler is. Sinds het begin van de oorlog tegen het terrorisme in 2001 heeft het leger meer dan 1,2 miljard ton broeikasgassen geproduceerd. Crawford erkent dat haar gegevens waarschijnlijk onvolledig zijn, maar zelfs met de beschikbare gegevens ontdekte ze dat het Amerikaanse leger meer uitstoot dan hele landen als Portugal en Denemarken, en dat het ministerie van Defensie verantwoordelijk is voor bijna 80% van het brandstofverbruik van de federale overheid.

Een deel hiervan is omdat het Amerikaanse leger veel eigendommen bezit – en veel gebouwen heeft om te verwarmen en van stroom te voorzien. In 2018 had het ministerie van Defensie zo’n 585.000 faciliteiten, verspreid over 27 miljoen hectare in 160 verschillende landen. Elk van deze gebouwen stoot broeikasgassen uit; in 2013 ontdekte  Crawford dat alleen al het Pentagon-gebouw meer dan 24.000 ton koolstofdioxide-equivalent uitstoot.

Vliegen en varen

De overgrote meerderheid van de militaire emissies komt echter van operaties – het verplaatsen van mensen en dingen. Het materieel kan notoir inefficiënt zijn, merkt het rapport van Crawford op. Zelfs niet-gepantserde voertuigen slurpen benzine: een Humvee haalt tussen de vier en acht mijl per gallon ( 2 km/liter). Maar verreweg de meest dorstige voertuigen in het leger zijn vliegtuigen. Van de 100 miljoen gallons brandstof die het Defense Logistics Agency in 2018 kocht, was ongeveer 70 miljoen gallons (a 3,8 liter) vliegtuigbrandstof.

Maar in de rapportage van de Verenigde Staten over het brandstofverbruik van militairen wordt een groot deel van de brandstof weggelaten die wordt gebruikt om vliegtuigen en schepen aan te drijven, met name die in het buitenland opereren. De eigen beschrijving van de regering van hoe het internationale militaire transport emissies berekent, specificeert dat alle brandstof van het leger en de meeste mariniers, en alle brandstof die buiten de Verenigde Staten wordt geleverd, niet wordt meegeteld.

Neem de F-35, de controversiële vervanger voor de F-16. Het nieuwe vliegtuig verbruikt meer brandstof dan zijn voorganger: zo’n 5.600 liter brandstof per uur, tegenover 3.500 liter per uur voor de F-16. Crawford berekende dat de versie van het vliegtuig van de luchtmacht, de F-35A, ongeveer 2,37 gallon per zeemijl haalt (5 liter per kilometer).  Op een enkele tank kan één vliegtuig bijna 28 ton koolstofdioxide-equivalent produceren. De Verenigde Staten zijn van plan om bijna 2500 van de vliegtuigen te kopen, met de verwachting dat ze tot ten minste 2070 zullen vliegen. Die lange levensduur maakt het bijna onmogelijk om uitstoot op tijd te verminderen.

Begin november zei plaatsvervangend minister van Defensie Kathleen Hicks dat het doel van president Joe Biden om tegen 2050 een netto-nuluitstoot van broeikasgassen te bereiken, gevolgen zou hebben voor het ministerie van Defensie. “De afdeling is vastbesloten om de uitdaging aan te gaan door aanzienlijke veranderingen aan te brengen in ons energiegebruik en onze investeringen in schone energietechnologie te verhogen”, zei ze. Hicks benadrukte een duurzamere toeleveringsketen, evenals een emissievrij niet-tactisch wagenpark en hybride-elektrische tactische voertuigen, als een van de doelstellingen van de afdeling.

Begin november, toen wereldleiders elkaar ontmoetten in Glasgow voor de COP26-klimaattop, verzamelden Crawford samen met andere academici en activisten, zich in een tent in de stad voor een paneldiscussie over de staat van militaire emissies en om een ​​nieuwe website te lanceren die gewijd is aan het bijeenbrengen van ongelijksoortige emissierapportage. De site brengt overheidsrapportage over de militaire emissies van landen, evenals gegevens zoals het bruto binnenlands product en militaire uitgaven, in één database om vergelijkingen tussen landen gemakkelijker te maken en om de status van de rapportage duidelijker weer te geven.

Hoewel militaire emissies niet op de formele agenda stonden tijdens de bijeenkomst van de Verenigde Naties, ondertekenden meer dan 200 maatschappelijke organisaties, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch, de oproep van de Conflict and Environment Observatory aan regeringen om zich te committeren aan zinvolle emissiereducties voorafgaand aan de bijeenkomst. Tijdens protesten op COP26 riepen klimaatactivisten het Amerikaanse leger specifiek op voor zijn rol in klimaatverandering.

Nog meer

“Niet alleen hebben door het Westen veroorzaakte oorlogen geleid tot pieken in de koolstofemissies, ze hebben geleid tot het gebruik van verarmd uranium en ze hebben geleid tot vergiftiging van lucht en water”, zei Ayisha Siddiqa, een Pakistaanse klimaatactiviste, tegen een menigte tijdens een jeugdbeweging.

Crawford en haar collega’s zeggen dat het leger de dreiging van klimaatverandering serieus neemt en erkennen enkele van haar groene initiatieven. Maar ze stellen dat er bij gebrek aan rapportagevereisten een gebrek is aan echte verantwoording. Dat maakt het gemakkelijk om enkele van de moeilijkere vragen over militaire operaties en klimaatverandering te vermijden – zaken als voortdurende investeringen in koolstofintensieve technologieën of ‘nationale veiligheid’ als een automatisch veto.

Naast de legers van de westerse mogendheden, waar deze reportage over gaat, zijn er natuurlijk nog de Russische, Chinese en andere militair actieve landen, die helemaal buiten de emissierapportages blijven.  We moeten dan ook niet verbaasd zijn dat klimaatverandering zich nog sneller volstrekt dan de modellen aangeven. Die zijn immers niet compleet.

Bron: Duurzaam Nieuws